Oosthavenkade 8

In 1676 was het pakhuis nog een 'zeylhuys': een bergplaats voor de zeilen van de schepen. In de loop van de jaren en eeuwen is het pakhuis voor allerlei doeleinden gebruikt. Het meest als typische visserijschuur. De meeste eigenaren ervan waren namelijk scheepsreden of scheeps-boekhouder. Dit blijkt uit de diverse verkopen en transporten sedert 1630. In 1861 kwam er een eind aan de twee-eenheid van woonhuis en pakhuis die sinds 1674 had bestaan. In 1915 werd het pakhuis gekocht door de Visscherij Maatschappij 'Proefneming' die het ten behoeve van haar twee loggers gebruikte als een echte visserijschuur met een boetzolder en bergplaatsen voor scheepsmaterialen. Na de liquidatie van de maatschappij kende het pand diverse bestemmingen: van meubelfabriek tot vatenhandel, terwijl in de kelder een bloemenhandel was gevestigd. Johannes Bakker werd in 1937 als koopman en rijwielhandelaar de eigenaar. In 1951 kwam het in eigendom van de Handelsvennootschap onder firma J. Bakker en Zonen 'Benzo Rijwielfabriek'. De Gemeente Vlaardingen werd in 1963 eigenaar. Nadat het pand was gerestaureerd (waarvoor de Restauratiepenning van de Historische Vereniging Vlaardingen werd ontvangen) werd er een Arthotheek in gevestigd. Opvolgers waren achtereenvolgens de Vereniging van Administratieve Dienstverlening en een kinderdagverblijf. In 1993 vestigde het Aanloophuis zich uiteindelijk op de benedenverdieping.